Onderhandelaarsakkoord CAO-PO 2016-2017: Versoberde WOPO compenseert versobering WW, looptijd tot AOW met terugwerkende kracht, keuze tussen transitievergoeding of WOPO als geldend voor het openbaar onderwijs!!

Op 27 april 2016 is er dan eindelijk een onderhandelaarsakkoord bereikt tussen de sociale partners over een nieuwe CAO-PO 2016-2017, nadat partijen eind maart 2016 onverrichter zake met ruzie en zonder resultaat uiteen gingen. Blijkbaar is de interventie van Hans Borstlap, lid van de Raad van State, als bemiddelaar succesvol geweest. Zie http://bit.ly/1T7XxMb en 160427_onderhandelaarsakkoord_cao_po.

De WOPO is zowel voor het bijzonder onderwijs als het openbaar onderwijs versoberd van 78% voor 12 maanden, naar 75% voor 6 maanden, van 70% van ongemaximeerde grondslag tot aan 65 jaar, naar 70% van de ongemaximeerde grondslag voor maximaal 32 maanden ter compensatie van de versoberde WW. Vervolgens is de uitkering voor het bijzonder onderwijs 70% van de gemaximeerde grondslag als aansluitende uitkering voor maximaal 38 maanden en een extra aansluitende uitkering van 65% op de gemaximeerde grondslag  tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd.  Voor het openbaar onderwijs is de aansluitende uitkering 70% van de ongemaximeerde grondslag tot aan hun 65e jaar, waarna zij recht hebben op een extra aansluitende uitkering van 65% tot aan hun AOW-gerechtigde leefijd. Alleen werknemers in het bijzonder onderwijs hebben daarnaast ook nog recht op een transitievergoeding.

Er is overgangsrecht, waarbij de WOPO-rechten terzake van beëindigingsovereenkomsten gesloten vóór 1 juli 2016 gehandhaafd blijven. Werknemers in het bijzonder onderwijs die tussen 1 juli 2016 en 1 september 2018 worden ontslagen kunnen kiezen voor het sociaal zekerheidsstelsel zoals geldend in het openbaar onderwijs. Er zal dan geen transitievergoeding worden verstrekt en het ontslag dient te geschieden met gebruikmaking van een vaststellingsovereenkomst.

Het is te hopen, dat het onderhandelaarsakkoord op het terrein van de ketenregeling voldoende aanknopingspunten biedt voor de schoolbesturen om adequaat en betaalbaar te kunnen voorzien in hun behoefte aan vervangers, zonder dat er ongewenste en onbetaalbare vaste dienstverbanden zullen ontstaan. Er is een verruiming van 3 naar 6 contracten en van 24 naar 36 maanden overeengekomen. Er is geen mogelijkheid van 0-uren contracten voorzien, wel min-maxcontracten en bindingscontracten van tenminste 1 uur. Terecht wordt hierbij opgemerkt, dat er voor het Participatiefonds ook een rol is weggelegd om ontslagen van vervangers mogelijk te maken. Ook het Vervangingsfonds dient bereid te zijn om binnen de mogelijkheden, die de nieuwe CAO-PO zal bieden, de kosten van vervanging te dekken, om het systeem voor de aangesloten schoolbesturen betaalbaar te houden.

Jammer, dat er niet gekozen is voor de totstandkoming van een CAO-Ontslagcommissie om de bijzondere situatie van het onderwijs bij ontslagen wegens economische redenen tot haar recht te laten komen. Het is nu afwachten wat het UWV zal doen bij afvloeiingsontslagen volgens een afvloeiingsvolgorde op bestuursniveau volgens het afspiegelingsbeginsel. Hopelijk blijkt deze keuze achteraf geen gemiste kans. Lees meer…

De hoofdpunten van het akkoord zijn:

  • Met ingang van 1 juli 2016 worden de salarissen structureel met 3.8% verhoogd.
  • Voor de periode van 1 januari tot en met juni 2016 ontvangen werknemers een eenmalige uitkering die correspondeert met een loonsverhoging van 3,8% vanaf 1 januari 2016. Dit geldt tevens voor werknemers die in die periode uit dienst zijn getreden.
  • Op 1 april 2017 krijgen de werknemers een eenmalige uitkering (naar rato) van 500 euro;
  • Voor het bijzonder onderwijs geldt:
    • Elk schoolbestuur maakt vervangingsbeleid en stemt dit af met de P(G)MR;
    • Om vervanging van onderwijstaken mogelijk te houden, zijn er onder voorwaarden twee nieuwe contractvormen mogelijk: min/max-contracten en bindingscontracten;
    • Daarnaast is bepaald dat binnen een periode van 3 jaar maximaal 6 tijdelijke contracten overeengekomen kunnen worden zonder dat een vast contract ontstaat.
  • Openbare schoolbesturen worden niet bij cao gebonden aan de regels van de  Wwz. Voor hen geldt het ambtenarenrecht. Wel kunnen ze gedurende de looptijd van de cao eenmalig kiezen voor een vervangingsbeleid zoals gaat gelden voor het bijzonder onderwijs.
  • De Werkloosheidsregeling onderwijspersoneel primair onderwijs (WOPO) wordt voor het bijzonder onderwijs herzien. Voor het openbaar onderwijs wordt de regeling op punten aangepast.

 

Onderhandelaarsakkoord CAO VO 2016-2017: Aanpassing WOVO, keuze voor aangepaste WOVO of transitievergoeding!

Op dinsdag 12 april 2016 hebben de werkgeversorganisatie VO-raad enerzijds en de vakorganisaties AOb, CNV Onderwijs, FNV Overheid en FvOv anderzijds een  onderhandelaarsakkoord gesloten over een nieuwe CAO-VO. Zie http://www.vo-raad.nl/userfiles/bestanden/CAO/Onderhandelaarsakkoord-CAO-VO-2016-2017.pdf

Het is een akkoord geworden, waarin op een verantwoorde wijze enerzijds de WOVO zoveel mogelijk in stand is gebleven voor het Openbaar onderwijspersoneel en de WWZ zoveel mogelijk budgetneutraal is ingevoerd voor het bijzonder onderwijspersoneel. Bij wijze van overgangsrecht bestaat de mogelijkheid voor het bijzonder onderwijspersoneel om nog gedurende 5 jaar tot 1 juli 2021 te kiezen voor het sociaal zekerheidsstelsel zoals geldend in het openbaar onderwijs. Er zal dan geen transitievergoeding worden verstrekt en het ontslag dient te geschieden middels gebruikmaking van een vaststellingsovereenkomst. Ook is voor de al lopende uitkeringsrechten waarvan is vastgesteld dat deze eindigen op de 65-jarige leeftijd, de einddatum gewijzigd bij wijze van overgangsrecht naar de AOW-gerechtigde leeftijd.

Echter bij een ontslag wegens arbeidsongeschiktheid blijft het probleem van de gedwongen uitkering van de transitievergoeding door het bijzonder onderwijs bestaan, totdat Minister Asscher de WWZ hierop aanpast.

Voorstel kabinet voor regeling betaling transitievergoeding bij ontslag wegens arbeidsongeschiktheid.

Het kabinet wil nu met een regeling komen waardoor werkgevers voor het betalen van de transitievergoeding aan een langdurig zieke werknemer worden gecompenseerd uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Hier staat wel een verhoging van de (uniforme) premie tegenover voor werkgevers. Als werkgevers de transitievergoeding niet meer zelf hoeven te betalen, is er in ieder geval geen aanleiding meer voor een werkgever om een dienstverband slapend te houden. Nu maken veel werkgevers de keuze de dienstverbanden met volledig afgekeurde werknemers slapend te houden om de transitievergoeding bij ontslag niet te hoeven uitkeren. Ook wordt onderzocht of het mogelijk is om deze regeling met terugwerkende kracht in te laten gaan. Zie -2-opleg-brief-oplossingen-voor-knelpunten-op-de-arbeidsmarkt en bijlage-a-2-defuitkomsten-overleg-18-april-2016-ervaren-knelpunten-mbt-uitvoering-ww-2

Lees voor de belangrijkste delen van het onderhandelaarsakkoord VO hieronder. Lees meer…

Partijen hebben langdurig informeel en formeel overleg gevoerd over herziening van de sociale zekerheid. Externe omstandigheden dwongen partijen om het huidige stelsel te herzien. De wettelijke WW-periode is verkort, de transitievergoeding is geïntroduceerd en de ontslagprocedure is gewijzigd. Door deze ingrijpende veranderingen, zal het huidige stelsel van bovenwettelijke uitkeringen (WOVO) bij beëindiging van het dienstverband moeten worden herzien. Uitgangspunt hierbij is uiteraard wel dat ontslag, en daarmee ook de aanspraken bij ontslag, zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Het in een vroeg(er) stadium betrekken van de bonden bij situaties an reorganisatie en krimp, kan hieraan bijdragen.

Het recht op transitievergoeding geldt (vooralsnog) niet voor het openbaar onderwijs. Derhalve kiezen sociale partners voor het handhaven van het huidige sociaal zekerheidsstelsel voor het openbaar onderwijs, met slechts enkele aanpassingen.

Wat betreft de Sociale Zekerheid van onderwijspersoneel in het bijzonder onderwijs zijn de volgende afspraken gemaakt:

Sociale Zekerheid

Het nieuwe sociaal zekerheidsstelsel voor het bijzonder onderwijs bestaat uit de volgende onderdelen:

a.Door de inwerkingtreding van de WWZ wordt de publieke WW-uitkering verkort tot maximaal 24 maanden.

b.Sociale partners spreken af dat de versobering van de WW-uitkering in opbouw en duur in de CAO VO wordt hersteld (herstel derde WW-jaar, in totaal maximaal 4 maanden). Dit geldt eveneens voor de duur en opbouw van de WGA.

c.De CAO VO voorziet daarbovenop in een aanvullende en aansluitende uitkering.

d.Gedurende de eerste zes maanden van de WW-uitkering heeft de werknemer recht op een aanvulling op zijn WW-uitkering tot maximaal 75 procent van het laatst verdiende loon Vervolgens bestaat gedurende maximaal 18 maanden recht op een aanvulling op de WW-uitkering tot 70 procent van het laatst verdiende loon. Indien een werknemer recht heeft op een langere uitkering door de reparatie van het derde WW-jaar, dan bestaat hierbij een recht op een aanvullende uitkering tot 70 procent van het laatst verdiende loon, waarbij het laatst verdiende loon gemaximeerd is op einde schaal 12 (LD).

e. De werknemer heeft zodra het einde van de duur van zijn WW-uitkering (inclusief herstel derde WW-jaar) is bereikt, recht op een aansluitende uitkering. Deze aansluitende uitkering bedraagt een maand per gewerkt jaar in het onderwijs, met een maximum van 34 maanden. Hierbij wordt een referte-eis van vijf jaar gesteld, hetgeen inhoudt dat pas recht bestaat op uitbetaling van deze aanvullende uitkering zodra iemand meer dan vijf jaren in het onderwijs heeft gewerkt. Over de eerste vijf gewerkte jaren in het onderwijs vindt wel opbouw plaats.

f. Per saldo is de publieke en private WW-duur dan maximaal 72 maanden.

g. De hoogte van de aansluitende uitkering onder e bedraagt 70 procent van het laatst verdiende loon, waarbij het laatst verdiende loon gemaximeerd is op einde schaal 11 (LC).

h. De werknemer die ontslagen wordt in de periode vanaf 10 jaar voor AOW-gerechtigde leeftijd en na afloop van zijn aansluitende uitkering onder e nog niet dc AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, heeft recht op een extra aansluitende uitkering tot dc AOW-gerechtigde leeftijd. Dc hoogte van dc uitkering bedraagt 70 procent van het laatst verdiende loon, maar niet meer dan 130 procent van het wettelijk minimumloon (WML). Voor het aanspraak kunnen maken op deze uitkering, geldt dat een werknemer tenminste 15 jaren in het onderwijs moet hebben gewerkt.

i. De werknemerspremie wordt gedurende de looptijd van de cao vastgesteld op 0%.

j.De werknemer, wiens recht op aansluitende uitkering op grond van b of e is geëindigd wegens de aanvang van een nieuwe dienstbetrekking en hier minder loon ontvangt dan het laatst verdiende loon, heeft recht op loonsuppletie. Deze loonsuppletie is gelijk aan het verschil tussen enerzijds het loon in de nieuwe dienstbetrekking en anderzijds het laatst verdiende loon. Voor de werknemer wiens recht op aansluitende uitkering op grond van h is geëindigd wegens de aanvang van een nieuwe dienstbetrekking en hier minder loon ontvangt dan 70 procent van einde schaal 11 (LC), heeft eveneens recht op loonsuppletie. Deze loonsuppletie is gelijk aan het verschil tussen enerzijds het loon in dc nieuwe dienstbetrekking en anderzijds het laatst verdiende loon, maar niet meer dan 70 procent van einde schaal 11 (LC).

Voor het openbaar onderwijs blijft de WOVO van toepassing, met dien verstande dat hierin een aantal wijzigingen worden aangebracht. Ook in deze regeling wordt het herstel van de opbouw en duur van de WW-uitkering opgenomen (herstel derde WW-jaar). De huidige aanvullende uitkering wordt aangepast conform hiervoor onder d vastgelegd. Daarnaast wordt de aansluitende uitkering niet gemaximeerd op 65-jarige leeftijd, maar op de AOW-gerechtigde leeftijd. De leeftijdscohorten van Bijlage 10 B artikel 6 schuiven conform de wijzigingen in de AOW-leeftijd mee op naar boven.

Overgangsrecht

  1. Ingegane uitkeringsrechten zullen niet worden aangetast. De einddatum van nog lopende uitkeringsrechten waarvan is vastgesteld dat deze eindigen op de 65-jarige leeftijd, zal worden gewijzigd naar de AOW-gerechtigde leeftijd.
  2. Indien uiterlijk op 1 juli 2016 tussen werkgever en werknemer in een vaststellingsovereenkomst is afgesproken dat ontslag plaatsvindt in de periode van 1 juli tot en met 31 december 2016, dan blijft — indien gewenst – de huidige (onaangepaste) WOVO-regeling van kracht. Een transitievergoeding is hierbij in beginsel niet aan de orde, tenzij partijen dit onderling zijn overeengekomen.
  3. Werknemers in het bijzonder onderwijs die op of na 1 juli worden ontslagen, kunnen gedurende de periode van vijf jaren kiezen voor het sociaal zekerheidsstelsel zoals geldend in het openbaar onderwijs. Er zal dan geen transitievergoeding worden verstrekt en het ontslag dient te geschieden middels gebruikmaking van een vaststellingsovereenkomst.

 

 

Bijzonder onderwijs moet transitievergoeding bij ontslag wegens arbeidsongeschiktheid uitkeren zonder bekostiging hiervoor in de lumpsum! Dien een vergoedingsverzoek in bij het Ministerie van OC en W (Dienst Uitvoering Onderwijs)!

ministerie_van_OCW

WWZ ingevoerd per 1 juli 2015: een groot financieel en organisatorisch probleem voor het bijzonder onderwijs.
Sinds 1 juli 2015 is de WWZ ingevoerd, waardoor het arbeidsrecht zoals dit is beschreven in het Burgerlijk Wetboek, boek 7, titel 10, in Nederland totaal is veranderd. De uitzonderingspositie, die het onderwijs in het oude arbeidsrecht had, door het Besluit Buitengewone Arbeidsverhoudingen 1945, is er niet meer. Daardoor is er grote ongelijkheid ontstaan in de rechtspositie van het onderwijspersoneel in dienst van het bijzonder onderwijs, die allen werknemers zijn in de zin van het Burgerlijk Wetboek en het onderwijspersoneel, dat als ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet is aangesteld bij het openbaar onderwijs, voorzover het openbaar onderwijs niet valt onder samenwerkingsbesturen. Naast de nieuwe ketenregeling met alle organisatorische en financiële problemen van dien voor het bijzonder onderwijs, waarover al heel veel is gezegd door de PO-raad, is er nog een ander heel belangrijk probleem, dat van grote invloed is op de financiële situatie van het bijzonder onderwijs. Dat is de verplichting tot uitbetaling van de transitievergoeding bij elk ontslag van werknemers, die 2 jaar of langer in dienst zijn geweest. Lees meer…

De transitievergoeding.
De transitievergoeding is een vaste vergoeding op grond van artikel 7:673 e.v. BW, die afhankelijk is van het aantal dienstjaren van de werknemer, zijn bruto-maandsalaris en zijn leeftijd. Maximaal is de transitievergoeding € 76.000,- of een bruto jaarsalaris als blijkt dat dat laatste bedrag hoger is dan € 76.000,-. Het kan derhalve gaan om aanzienlijke kosten als het gaat om ontslag van een ouder personeelslid, dat al een lange diensttijd heeft gehad bij het schoolbestuur. Onder het oude arbeidsrecht was er geen vaste ontslagvergoeding. In het geval van ontbinding van de arbeidsovereenkomst keek de kantonrechter van geval tot geval hoe de rechtspositie van de werknemer was, naast de verwijtbaarheid van werkgever of werknemer. De omstandigheid, dat onderwijspersoneel recht heeft op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering leidde er meestal toe, dat de kantonrechter geen of een geringe ontbindingsvergoeding oplegde. Het ging dan om de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering op grond van de BBWO (een AMvB, ingetrokken per 1 januari 2014) en sinds 1 januari 2014 op grond van de WOPO, bijlage XVI van de CAO-PO. Er was in principe geen sprake van een ontslagvergoeding bij ontslag wegens arbeidsongeschiktheid en ook niet bij een ontslag wegens economische redenen/afvloeiingsontslag.
Besluit Overgangsrecht Transitievergoeding van 23 april 2015, nr. 172, geldig tot 1 juli 2016.
Het Besluit Overgangsrecht Transitievergoeding heeft in situaties, waarbij de werknemer ook aanspraak kan maken op de toepassing van voorzieningen of vergoedingen als de WOPO, voorkomen dat de werknemer ook nog aanspraak zou maken op een transitievergoeding. Er is immers nog niets veranderd aan de CAO-PO en dus ook niet aan de WOPO, omdat het CAO-overleg tussen de sociale partners in het voorjaar van 2015 is mislukt. Ook nu is er nog geen sprake van uitzicht op een CAO-PO, die rekening houdt met de wijzigingen in de rechtspositie van de werknemers in het bijzonder onderwijs als gevolg van de WWZ. Dat is heel jammer, omdat per 1 juli 2016 het Besluit Overgangsrecht Transitievergoeding niet meer zal gelden en dan in principe het bijzonder onderwijs bij elk ontslag van werknemers met een dienstverband van 2 jaar of meer een transitievergoeding moet uitbetalen zonder dat er een bekostiging tegenover staat. Daarnaast kunnen dan ook nog de aanspraken op de WOPO, zoals die er nu nog zijn, worden genoten door ontslagen onderwijspersoneel in het bijzonder onderwijs. Dat levert een enorm en onrechtvaardig contrast op met de gewone werknemer in het bedrijfsleven, die geen recht heeft op een goudgerande regeling als de WOPO nu is. Ook echter ten aanzien van de ambtenaar in het openbaar onderwijs, die wel recht heeft op de WOPO, maar niet op de transitievergoeding. We hopen erop, dat het CAO-overleg onder bemiddeling van de heer Hans Borstlap, lid van de Raad van State, op korte termijn zal resulteren in een CAO-PO, die WWZ-proof zal zijn en geen kostenverhoging met zich meebrengt voor het bijzonder onderwijs. In het VO is er al een onderhandelaarsakkoord tussen de sociale partners bereikt over een nieuwe CAO 2016-2017, waarbij het probleem m.b.t. transitievergoeding voor het bijzonder onderwijs bij een ontslag wegens arbeidsongeschiktheid echter blijft bestaan.
Geen overgangsrecht van toepassing vanaf 1 juli 2015 bij ontslag wegens arbeidsongeschiktheid in het bijzonder onderwijs.
Het Besluit Overgangsrecht Transitievergoeding houdt geen rekening met het ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, waarbij de werknemer wel recht heeft op een WIA-uitkering (WGA- of IVA-uitkering), een IPAP-uitkering en ABP-invaliditeitspensioen, maar geen recht heeft op WOPO. In gevoerde procedures bij de kantonrechter blijkt, dat de kantonrechter de uitstekende rechtspositie van onderwijspersoneel bij arbeidsongeschiktheid met een ruim vangnet voor de inkomensgevolgen van een ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, niet ziet als vergoedingen of voorzieningen als bedoeld in artikel XXII, 7e lid van de WWZ. Een schoolbestuur in het bijzonder onderwijs is dus verplicht tot uitkering van een volledige transitievergoeding bij ontslag wegens arbeidsongeschiktheid. De kosten van een betaald traject re-integratie spoor 2 bij een professioneel re-integratiebureau mogen niet afgetrokken worden van de te betalen transitievergoeding.
Op 9 maart 2016 heeft Minister Asscher reparatiewetgeving toegezegd omdat ook de werkgevers in het bedrijfsleven grote moeite hebben met de sinds de invoering van de WWZ bestaande verplichting tot uitkering van een transitievergoeding na ontslag wegens arbeidsongeschiktheid. Die reparatiewetgeving is er nog niet en zal ook niet kunnen betekenen, dat de transitievergoedingen, die al door werkgevers (waaronder ook schoolbesturen in het bijzonder onderwijs)zijn uitbetaald, nog kunnen worden teruggedraaid.
Geen bekostiging in de lumpsum van de kosten van de transitievergoeding voor het bijzonder onderwijs.
Veel schoolbesturen in het bijzonder onderwijs hebben sinds 1 juli 2015 al te maken gehad met ontslagen van onderwijspersoneel wegens arbeidsongeschiktheid. Het gaat om arbeidsongeschikt onderwijspersoneel, dat twee jaar ziek is geweest, waarbij herstel volgens UWV bij de WIA-keuring niet aan de orde zou zijn binnen 6 maanden na afloop van die twee jaar. Voor de WIA-keuring is er al sprake is geweest van een duur re-integratietraject in eerste en tweede spoor op kosten van de werkgever. Ook heeft de eigenrisicodragende werkgever dan al twee jaar het loon doorbetaald van de werknemer of heeft forse premies betaald aan het Vervangingsfonds, als er geen sprake was van eigen risicodragerschap. Ons zijn meerdere gevallen bekend, waarbij de onderwijswerkgever al € 76.000,- aan een personeelslid aan transitievergoeding heeft moeten betalen.
Er is geen sprake van, dat sinds de invoering van de WWZ de bekostiging door het Ministerie van OC en W rekening heeft gehouden met de toegenomen financiële verplichtingen van de werkgevers in het bijzonder onderwijs. Het bijzonder onderwijs ontvangt nog steeds even veel als het openbaar onderwijs, hoewel het openbaar onderwijs niet verplicht is geweest tot uitkering van transitievergoedingen. Voorlopig zal er geen sprake zijn van invoering van de Harmonisatiewet Rechtspositie Ambtenaren, zodat deze ongelijkheid er nog jarenlang zal blijven.
Ongelijke bekostiging van Bijzonder Onderwijs en Openbaar Onderwijs mag niet op grond van artikel 23, lid 6 en 7 Grondwet.
Het bevorderen, garanderen en faciliteren van kwalitatief goed funderend onderwijs met vrije keuze voor bijzonder onderwijs of openbaar onderwijs is een van de belangrijkste taken van de Nederlandse Staat. Daarom staat ook in de Grondwet, dat het Bijzonder Onderwijs een gelijke overheidsbekostiging moet hebben als het Openbaar Onderwijs om even afdoende te kunnen voorzien in deugdelijk onderwijs. Als er geen bekostiging plaatsvindt voor het Bijzonder Onderwijs om te kunnen voldoen aan hun wettelijke plicht tot uitkering van transitievergoedingen bij ontslag van hun personeel, terwijl het Openbaar Onderwijs die kosten niet heeft, is er geen sprake meer van gelijke bekostiging van het Bijzonder Onderwijs om even afdoende te kunnen voorzien in deugdelijk onderwijs. Tekorten van € 76.000,- of meer op de bekostiging dienen niet afgewenteld te worden op reserves, gevormd om aan de materiële eisen en behoeften te kunnen voldoen. Het niet bekostigen van deze gedwongen uitkering van transitievergoedingen kan niet anders dan consequenties krijgen voor de formatie vanwege het hoge aandeel, dat personeelskosten uitmaken van het budget van elk schoolbestuur. Het kan betekenen, dat er in deze tijden van krimp van leerlingen in het PO, meer onderwijspersoneel moet afvloeien dan verantwoord is in het kader van deugdelijk primair onderwijs. Het kan leiden tot vergroting van de groepen en tot een nog hogere werkdruk voor het nog zittende onderwijspersoneel. Afgezien van het feit, dat er sprake is van een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van het onderwijspersoneel , is dit een slechte ontwikkeling, omdat het ten koste gaat van de kwaliteit van het bijzonder onderwijs en het welzijn van het onderwijspersoneel in het bijzonder onderwijs. Het Ministerie van OC en W is verplicht dit probleem voor het bijzonder onderwijs op te lossen door deze gedwongen extra personeelsuitgaven ook extra te bekostigen.
Dien een bekostigingsverzoek in bij het Ministerie van OC en W bij gedwongen uitkering transitievergoeding bij ontslag wegens arbeidsongeschiktheid!
Als verlener van rechtskundige bijstand en service aan schoolbesturen zien wij het als onze plicht om het bijzonder onderwijs erop te wijzen, dat dit alles niet lijdzaam ondergaan behoeft te worden. Daarom adviseren wij u om per uitgegeven transitievergoeding aan een personeelslid sinds 1 juli 2015 een bekostigingsverzoek in te dienen bij het Ministerie van OC en W. Als u gebruik wilt maken van een concept, dat daartoe is ontwikkeld, kunt u dat krijgen door contact te zoeken met Alineen OnderwijsSolutions, mevr. Mr A.A.C. Schouten, via info@onderwijssolutions.nl. De kosten, die daaraan zijn verbonden zijn, bedragen € 25,- excl. BTW per concept voor bij Onderwijsbureau Meppel aangesloten schoolbesturen. Daarbuiten geldt een tarief van € 35,- excl. BTW. Schoolbesturen, waaraan Alineen OnderwijsSolutions al diensten verleent, ontvangen het concept desgevraagd gratis. Er wordt gezorgd voor een handleiding.
Op die manier heeft u een kans om de uitgekeerde transitievergoedingen bekostigd te krijgen en zet u het probleem bij het Ministerie van OC en W duidelijk op de kaart. Het lijkt er immers veel op, dat er bij het Ministerie van OC en W en evenmin bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid oog is voor de bijzondere situatie van het onderwijs en de last, die de WWZ voor het bijzonder onderwijs met zich meebrengt. Door het indienen van bekostigingsverzoeken wordt ook de omvang van het probleem bij het Ministerie van OC en W zichtbaar, hetgeen kan leiden tot een structurele oplossing voor het ontstane gat in de bekostiging.
Indien uw bekostigingsverzoek wordt geweigerd, kunt u indien u daartegen in bezwaar en beroep wilt gaan, via ons rechtsbijstand krijgen voor het normale tarief van € 125,- per uur excl. BTW conform onze Algemene voorwaarden, die u kunt downloaden. Wij kunnen de kosten van rechtsbijstand beperken door bezwaarschriften en beroepschriften te bundelen.