Pesten

Sinds de zelfdodingen van twee kinderen, beide pestslachtoffers, staat pesten hoog op de politieke agenda. Dat betekent niet dat het een nieuw fenomeen is; pesten is al decennia lang een constant aanwezig probleem met ingrijpende gevolgen. Pesten gebeurt meestal in de directe omgeving van het gepeste kind. Kinderen worden bewust buiten de groep gehouden, hun spullen worden afgepakt of ze worden gediscrimineerd. Pesten gebeurt niet alleen in de nabijheid van het gepeste kind, maar ook steeds vaker op online platformen als Facebook, Twitter en Hyves: cyberpesten of digitaal pesten.

Kinderombudsman Marc Dullaert en staatssecretaris Sander Dekker van onderwijs werkten samen aan een plan om pesten op scholen beter aan te pakken. De manier waarop scholen dat doen is niet langer vrijblijvend. In dit plan krijgen scholen de wettelijke plicht om het pesten op een effectieve manier tegen te gaan. Ook krijgen leraren een betere opleiding en bijscholing zodat zij pestgedrag eerder kunnen voorkomen en aanpakken. Maar scholen moesten al lang een veiligheidsplan en een pestprotocol hebben waarin staat hoe zij pesten tegengaan en aanpakken, wat zij onder pesten verstaan, hoe de school dit gedrag signaleert en hoe zij ermee omgaat.

Wat er sindsdien voor publicaties zijn verschenen over pesten, is veelomvattend. Klik maar eens pesten aan op internet, bij ouderorganisaties, bij het ministerie van OC&W, bij onderwijsinstellingen, bij de inspectie. Er zijn methoden te kust en te keur om het pesten tegen te gaan en leerkrachten te ondersteunen. Maar al die methoden zijn niet effectief volgens de bewindslieden!! Er is een pestweb, gefinancierd door het Ministerie, er is een themaweek tegen pesten. Wat is het resultaat? Het pesten is toegenomen. Maar staatssecretaris Dekker van OC&W heeft de oplossing gevonden, er komt nu een wettelijke verplichting om het pesten aan te pakken. Wat heerlijk voor al die kinderen die gepest worden!! Leert Den Haag het nu nooit? Er zijn veel scholen waar het pesten op een goede manier aangepakt wordt en helaas nog veel scholen waar dat niet gebeurt, een wet verandert hier niets aan.

Pesten signaleren en aanpakken blijkt heel moeilijk te zijn, want er wordt nog steeds veel gepest. Sommige onderzoeken spreken zelfs van drie kinderen in iedere groep. Dat kinderen die gepest worden er vaak niet over praten en dat zij niet de hulp durven in te roepen van volwassenen, omdat ze bang zijn dat de situatie erdoor verergert, weten we toch allemaal. Er rust een taboe op het erkennen gepest te worden en er is angst dat het erger wordt. Juist dat moet doorbroken worden, juist de eenzaamheid van die kinderen leidt tot ernstige gevolgen voor hun sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling.

Waarom grijpen leerkrachten in het basisonderwijs in veel gevallen niet in? Omdat zij het niet willen zien of omdat ze het niet zien? Omdat ze niet bekend zijn met de wijze waarop het pesten effectief kan worden aangepakt, ze kennis en vaardigheden missen om het probleem in de groep bespreekbaar te maken? Zal dit gedrag veranderen omdat er nu een wet komt? Ik denk het niet. Het is de verantwoordelijkheid van de school en de leerkracht zelf. Moet de leerkracht om pesten te signaleren bijgeschoold worden? Leren kijken naar kinderen, misschien wordt daar te weinig aandacht aan besteed in de opleiding en kan de leerkracht zich daarin trainen. Het hoort, volgens mij, bij de pedagogische bagage van hem of haar. Een leerkracht met aandacht en belangstelling voor zijn leerlingen moet heel snel in de gaten hebben dat een kind niet lekker in zijn vel zit. Dan is het onmogelijk om te zeggen, ik heb het te druk om daar ook nog aandacht aan te besteden, hoe kan je een ongelukkig kind verder helpen de maatschappij in? Daarbij presteren gepeste kinderen slecht, ze zijn stil, ze zijn angstig, op de achtergrond, zijn snel afgeleid, daar moet je iets mee doen als leerkracht en dat moet je kunnen zonder extra bijscholing, dat is je pedagogische bagage. Helaas zijn er te veel leerkrachten, die de pedagogische bagage missen, die ze nodig hebben om hun functie adequaat te kunnen uitoefenen. Er moet op scholen aandacht zijn voor het feit, dat kinderen het slachtoffer kunnen zijn van pesten en de leerkracht van het kind moet aangesproken kunnen worden op haar/zijn handelen om dat tegen te gaan of te voorkomen. Impliciet valt het zeker onder de pedagogische competenties, die een leerkracht moet hebben, maar wellicht helpt het dit in dat lijstje expliciet te maken zowel m.b.t. onderzoeken, waarnemen en handelen op pesten in de klas/op school.

De kern van de oplossing is dat leerlingen op school, samen met de leerkracht, zelf regels maken over hoe je met elkaar dient om te gaan en dat die regels regelmatig besproken en herhaald worden. Als kinderen zelf regels maken, dan voelen ze zich ook verantwoordelijk om die regels na te leven. Daarnaast is het heel belangrijk dat kinderen die zich niet aan de regels houden aangepakt worden. Als een pester alleen maar ‘sorry’ hoeft te zeggen, zonder dat er verdere consequenties aan verbonden zijn, gaat het pesten vaak onmiddellijk weer door. Een leerkracht ziet misschien maar 10 procent van wat er gebeurt tussen leerlingen. Daarom moeten ze de kinderen zelf verantwoordelijk maken voor die overige negentig procent van de tijd. Naast het slachtoffer en de pester bestaat er altijd een grote middengroep. De middengroep moet gemobiliseerd worden, zodat kinderen stelling durven te nemen tegen pesten en het voor het slachtoffer op nemen.

Ik kreeg een leuk boekje over de ‘ja maar cultuur’ van ons Nederlanders. Ja maar, daar kan ik niet aan beginnen met 35 leerlingen in de klas, ja maar, ik moet al zoveel, ja maar, komt dat nu ook nog op onze schouders, ja maar………….. Laten we daar nu eens mee ophouden en gewoon het pesten aanpakken.

Laat een reactie achter